De kleurslagen

Er zijn tien erkende kleuren in Nederland. Dieren met meer kleurschakeringen, zoals bijvoorbeeld zwart met wit (bont), worden niet toegelaten op tentoonstellingen en zijn meestal niet raszuiver.

Wit

De pelskleur is zuiver en helder wit en heeft geen ivoorkleur of een gelige aanslag. Uiteraard moet de pels vrij van klitten en vuil zijn. De witte Vlaamse Reus is albino en heeft dus rode ogen. De witte Vlaamse Reus met blauwe ogen is in Nederland niet erkend. De nagels zijn kleurloos.

De witte kleur stelt hoge eisen aan de verzorging. Omdat wit op zich een makkelijke kleur om te fokken is, vindt bij het keuren al snel puntenaftrek plaats op basis van verzorging. Denk niet alleen aan schone verblijven, maar bijvoorbeeld ook aan een schone verzendkist.

Zwart

De zwarte Vlaamse Reus is intens zwart, zonder witte haren of zonder gloed (roest). Hoe verder de zwarte kleur zich naar de haarwortel uitstrekt, hoe dieper de zwarte kleur is. De grondkleur is zuiver diepblauw. De tussenkleur is meestal ook donkerblauw en ook de buik is blauw bij inblazen.

De zwarte pels toont glans en mag niet (te) lang zijn. Lange pelzen laten bij donkere kleuren vaak een slechte (lichte) grondkleur zien (erg licht). Witte haren in de oorranden of de pels vererven nogal sterk. Deze dieren kan je beter niet gebruiken voor de fok.

De oogkleur is donkerbruin. De nagelkleur donker hoornkleurig en de snorharen zijn zwart.

Konijngrijs

De kleur konijngrijs komt veel overeen met die van het wilde konijn. De grondkleur is grijsblauw en de tussenkleur bruingrijs. De dekkleur wordt gevormd door de zwarte haartoppen, die we ticking noemen. De dekkleur mag echter niet te donker (zwart) zijn, maar ook niet te rood. De ticking moet fraai en regelmatig zijn. De borst en de flanken hebben dezelfde ticking en kleur als de rug. De benen hebben, naast wit, ook dezelfde kleur.
De driehoek in de nek, die we triangel noemen, heeft een blauwe grondkeur en de dekkleur is bruin. Net zoals bij andere wildkleurige konijnen, moet de triangel klein zijn. De kleur bruin is dezelfde kleur als de tussenkleur.
De pels is niet te lang en de zwarte haartoppen moeten kort zijn en regelmatig over het gehele lichaam verdeeld zijn. Dus ook over de borst, de benen en de oren. De kleur van de voorbenen moet gelijk zijn aan de borstkleur.
De konijngrijze Vlaamse Reus heeft het wildkleur patroon met smalle bandtekening. Bij konijngrijs zie je smalle kleurringen waarop de ticking direct volgt.

De buik is wit en heeft een blauwe grondkleur. Ook de onderkant van de staart, de achterzijde van de voorbenen, de binnenzijde van de achterbenen en de onderkant van de kop zijn wit of licht van kleur. De oogringen zijn iets lichter konijngrijs van kleur. De oren hebben een zwarte rand (lacing). De bovenkant van de staart is donkergrijs. De nagelkleur is donker hoornkleurig en de oogkleur is (donker)bruin.

Bij het fokken van konijngrijs met ijzergrauw krijgen de nakomelingen een kleur die tussen beide kleurslagen in ligt. De typische bandtekening van konijngrijs verdwijnt en de triangel heeft een verkeerde kleur, te rood(bruin) en/of te groot.
De grondkleur van het dek wordt te blauw en de buikkleur laat blauw door het witte dekhaar komen.

IJzergrauw

De dekkleur is geheel gelijkmatig en bestaat uit lichtgrijze dekharen met een zwarte top. De dekkleur mag niet te donker zijn, het grijs moet de boventoon voeren. De triangel, de driehoek in de nek, is donkerbruin, dus afwijkend van kleur.
De tussenkleur is smal, veel smaller dan bij konijngrijs en is donkerbruin, tegen zwart aan, van kleur. Tussen de kleuren zit geen scherpe grens. De grondkleur is donkerblauw.

De buik heeft zoveel mogelijk dezelfde kleur als de rug en de flanken, hoe donkerder, hoe beter. De oren hebben een zwarte zoom (rand). De staart is aan de bovenzijde bijna zwart (gemêleerd) , terwijl de onderzijde meer blauw is. De ogen zijn donkerbruin en de nagels donker hoornkleurig, richting zwart.
De pels moet kort en dicht zijn. Een slappe pels betekent ook altijd een slechte tussen- en grondkleur.

IJzergrauw is een kleurslag die vererft met een tussenvorm. IJzergrauw x IJzergrauw geeft 50% ijzergrauw, 25 % konijngrijs en 25% dominant zwart of staalgrauw.

Staalgrauw

Staalgrauw was vroeger erkend, maar nu niet meer. Een staalgrauwe Vlaamse Reus is gelijkmatig van kleur, donkerder dan ijzergrauw. De lichtgrijze dekharen van een ijzergrauwe Vlaam zijn donkergrijs bij staalgrauw. De kop, benen en oren mogen niet donkerder zijn dan de rest van het lichaam, met uitzondering van de bovenzijde van de staart. Staalgrauwe Vlamen met een hele zwarte kop noemen we ‘Moorkoppen’. Deze konijnen vielen destijds buiten de prijzen.

Geel

De gele kleur van de Vlaamse Reus moet van neus tot staart egaal zijn. De dekkleur is krachtig geel. Hoe verder de gele dekkleur zich naar de tussenkleur en de wortel uitstrekt, des beter het is. De grondkleur is lichter dan de dekkleur.
De buik, de binnenzijde van de voor- en achterbenen, de onderzijde kop en de onderzijde van de staart zijn wit. De lichaamsdelen die bij konijngrijs wit zijn, zijn bij een gele Vlaamse Reus ook wit. Het streven is zuiver geel met een witte buik.

De gele kleur vertoont geen ticking. De oorranden mogen geen zwarte omzoming tonen. De snorharen zijn geel. De ogen zijn bruin en de nagels hoornkleurig.

Oranje

Oranje was vroeger erkend, maar nu niet meer. Een oranje Vlaamse Reus heeft een dekkleur waarbij er meer rood factoren aanwezig zijn. Daardoor is de kleur meer rood-oranje dan geel.
De buik, de binnenzijde van de voor- en achterbenen, de onderzijde kop en de onderzijde van de staart zijn roomkleurig tot geel. De tussenkleur lijkt zoveel mogelijk op de dekkleur en strekt zich zo ver mogelijk tot aan de haarwortels uit.
De grondkleur is crème-wit. Net zoals bij de gele Vlaam, vertoont de oranje pels geen ticking. De oorranden mogen niet donker zijn. De oogkleur is bruin, de snorharen zijn oranje en de nagels hoornkleurig.

Blauw

De blauwe kleur is zuiver en egaal blauw. Een donkere kleur blauw heeft de voorkeur, maar het mag een lichtere tint zijn. Gelijkmatigheid van de kleur is het belangrijkste. Geen bruine (roest) of grijze aanslag/zweem of witte haren.

Hoe verder de blauwe dekkleur zicht uitstrekt naar de wortel hoe beter. Men waardeert dus een tussenkleur die de dekkleur dicht benaderd. De grondkleur is over het algemeen iets lichter van kleur.

De oogkleur is (grijs)blauw, de snorharen zijn blauw en de nagels zijn donker hoornkleurig.

Blauwgrijs

De blauwgrijze kleur is een verdunning van konijngrijs. Alles wat bij konijngrijs zwart is, is blauw bij blauwgrijs. Deze kleur wordt ook wel opaal genoemd.
De tussenkleur en de grondkleur zijn ook wat lichter dan bij konijngrijs. De buikkleur is wit met een blauwgrijze grondkleur.

De ogen zijn blauwgrijs, de snorharen (donker)blauw en de nagels zijn hoornkleurig.

De blauwgrijze ogen zijn duidelijk zichtbaar

Blauwgrauw

De kleur blauwgrauw komt overeen met ijzergrauw. Alles wat bij ijzergrauw zwart is (haartoppen), is blauw bij blauwgrauw.
De dekkleur is grijs met blauw-getopte dekharen. De tussen- en grondkleur is bij blauwgrauw wat lichter dan bij de ijzergrauwe Vlaamse Reus. De grondkleur is blauw en de tussenkleur is vaag bruin. De kleur van de buik moet de dekkleur zo dicht mogelijk benaderen, maar mag wel iets doffer zijn. De oren, kop en benen zijn egaal blauwgrauw.

De oogkleur is blauwgrijs, de snorharen donkerblauw en de nagels (donker) hoornkleurig.

Haaskleur

De kleur heeft enige overeenkomst met die van een wilde haas, maar is in totaliteit veel roder. Het streven is een vurige en krachtige rode kleur. De dekkleur op de rug en de flanken wordt gevormd door rossige dekharen met een gelijkmatige zwarte ticking. Op de borst en in de flanken komt minder ticking voor dan bij konijngrijs. De witte lichaamsdelen bij een konijngrijze Vlaam zijn ook wit bij een haaskleurige Vlaamse Reus. Bij een sterke rode kleur neigt het wit meer naar roomkleur.
De grondkleur is, met uitzondering van de buik, blauw. De buik is roomkleurig / wit tot op de huid. De huid mag iets blauw zijn, maar dit wordt wel als een lichte fout aangemerkt. De liesstreek mag een zwakke blauwe grondkleur hebben.

De benen zijn vosrood zonder ticking en vrij van donkere en/of lichte nuancering. De triangel is roodbruin, zonder ticking. Hoe krachtiger en vuriger de kleur van de triangel is, des te krachtiger is meestal ook de rest van de lichaamskleur.
De oren hebben een zwarte rand. Deze omzoming noemen we ook wel lacing.
De bovenzijde van de staart is donkergrijs en de onderzijde is wit.

De ogen zijn bruin, de snorharen zwart en de nagels zijn donker hoornkleurig.

Chinchilla

De kleur chinchilla heeft een overeenkomst met de kleur konijngrijs. Alles wat bij konijngrijs bruingeel is, is bij een chinchilla vervangen door een witte (tussenkleur) of lichtgrijze kleur (dekkleur). Door mutatie mist de gele kleurfactor.
De dekkleur wordt gevormd door lichtgrijze haren met een zwarte ticking en donkere haren met een lichtere topkleur top. Deze dekkleur strekt zich uit over de kop, de oren, het dek, de borst, de zijden, de voorzijde van de voorbenen en de buitenzijde van de achterbenen.
De grondkleur is donkerblauw, de tussenkleur is parelwit. Bij inblazen wordt een rozet zichtbaar met deze kleuren en de dekkleur. De blauwe grondkleur moet breder zijn dan de witte tussenkleur.

Bij het inblazen van de pels zie je mooi de kleuren.

De oogringen, de onderzijde van de kop, de onderzijde van de staart, de achterzijde van de voorbenen en de binnenzijde van de achterbenen zijn wit.
De triangel is klein en wit van kleur. De staart is aan bovenzijde donker en zwart getickt en is aan de onderzijde wit. De oren hebben een zwarte omzoming (lacing).
De ogen zijn bruin, de nagels donker hoornkleurig.