Vaccinaties

Inleiding

Er bestaan verschillende virussen voor konijnen die in veel gevallen de dood tot gevolg hebben. Tegen drie van deze virussen kan een konijn preventief gevaccineerd worden, namelijk:

Konijn wordt subcutaan (onderhuids) gevaccineerd door een dierenarts in de nek.

Vaccinatie geeft niet de garantie dat een konijn vervolgens niet ziek kan worden. Sterker nog, een konijn kan alsnog overlijden. Waarom zou je een konijn dan laten vaccineren?

Daar is een heel simpel antwoord op te geven: omdat het de enige manier is die überhaupt bescherming biedt. De kans dat een konijn een van deze 3 virussen oploopt is redelijk groot. De kans op overleven is daarentegen klein. Vaccinatie maakt die kans weer vele malen groter.

Meningen

Op veel social media kanalen woeden soms felle discussies aangaande vaccinaties. De meeste bijzondere verhalen doen soms de ronde. Zo zijn er groepen eigenaren die:

  • fel tegen vaccineren zijn, omdat ze überhaupt tegen vaccineren zijn. Niet alleen bij dieren, maar ook vaak bij de mens.
  • tegen vaccineren zijn, omdat het toch niet helpt. “Vaccineren geeft geen 100% garantie” en “Vaak overlijden ze alsnog”.
  • vaccineren niet nodig vinden, omdat ze konijnen hebben die binnenshuis leven of geen wilde konijnen in de buurt hebben
  • angstig zijn voor vaccineren, want er zouden wel eens bijwerkingen kunnen zijn en “je hoort toch regelmatig dat het niet helpt”
  • vaccineren te duur vinden
  • voor vaccineren zijn, omdat ze het beste willen voor hun dier
  • sterk voor vaccineren zijn, omdat ze zelf ervaren hebben hoe snel je een of meerdere dieren kan verliezen aan een van genoemde virussen

Hoe zit dat dan met al die verhalen en die meningen. Zoals met alles zal de waarheid wel ergens in het midden liggen. Dat is in dit geval ook deels zo. Ondanks dat ik een voorstander van vaccineren ben, zal en kan ik niet ontkennen dat het soms ook fout gaat.

Wat kan er dan fout gaan?

Ondanks vaccinatie kan er toch wat mis gaan. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Een konijn kan niet helemaal fit zijn op het moment van vaccinatie, waardoor de entstof niet goed z’n werk kan doen. De oorzaak kan echter ook bij de dierenarts liggen. Een eenmaal aangeprikte entstof of oplossing blijft enkele uren werkzaam. Als de verwerking te lang duurt of het vaccin onvoldoende gekoeld is geweest (bijvoorbeeld tijdens transport) kan de werking afnemen. Tenslotte zijn er ook dierenartsen of anderen die een verkeerd advies geven.
Daarnaast kan een vaccinatie onmogelijk 100% garantie bieden.

Er zijn al diverse voorbeelden bekend van foutief gegeven advies of slecht gekoelde entstof. Daardoor is de eigenaar van mening dat zijn/haar konijn voldoende beschermd is, maar helaas is het tegendeel waar. Bij overlijden komen dan helaas vanzelf de nieuwe verhalen over “vaccinaties die toch niet werken”.

Binnenkonijnen

Het maakt voor een aantal van bovengenoemde virussen niet uit of een konijn binnen of buiten leeft. Het RHD virus wordt zeker niet alleen overgebracht door stekende insecten of wilde konijnen. Je neemt het virus eenvoudig mee in het hooi, aan je kleding of onder je schoenen. Daarnaast blijft het virus, ook zonder gastheer, een hele tijd in leven. Daardoor is het virus moeilijk uit te roeien en verspreid het zich nog dagelijks.

Informeer jezelf goed

Door alle onwetendheid, geroeptoeter op social media, verspreiding van onjuiste informatie en fouten die, ook door dierenartsen, gemaakt worden is het belangrijk dat jezelf op de hoogte bent. Informeer van tevoren welke entstoffen een dierenarts gebruikt. Controleer het vaccinatieboekje of je konijn inderdaad volledig beschermd is en (belangrijk!) tot wanneer.

Op de website van Stichting Konijnenbelangen vind je ook een document met veel waardevolle informatie. Je kunt het ook hieronder downloaden.

Entstoffen

Entstoffen

Er zijn diverse leveranciers die een entstof maken tegen een of meerdere van de genoemde virussen. Elke entstof kent eigen kenmerken en beschermingsduur. Hieronder volgt een lijst met de meest gebruikte entstoffen:

Nobivac Myxo-RHD Plus

Dit vaccin is nog niet in de handel, er is echter een positief advies afgegeven en de verwachting is dat het vaccin in het voorjaar van 2020 daadwerkelijk op de markt gezet zal worden. De antwoorden op enkele vragen, zoals noodzaak van een booster en de soorten verpakkingen (komt er een 50 doses variant?), laten nog even op zicht wachten. Zodra er meer informatie bekend is, zal ik deze post wijzigen.
Aangezien de verpakking ook nog niet bekend gemaakt is, dient de foto hieronder ter illustratie.

Foto van een injectie spuit met vaccin
Biedt bescherming tegen: Myxomatose, RHD1 en RHD2
Type vaccin: Twee levende, gevriesdroogd vaccin met RHD vector
Vaccinatie-herhaling: 12 maanden
Biedt bescherming: na 3 weken
Minimum leeftijd: vanaf 5 weken (vanwege mogelijk verminderde werking door maternale bescherming; advies vanaf 7 weken. Of een booster noodzakelijk is, is nog onbekend)
Houdbaarheid na aanprikken / oplossen: 4 uur
Geregistreerd in: Nederland

Leverancier: MSD Animal Health | Bijsluiter


Nobivac myxo-RHD


Biedt bescherming tegen: Myxomatose en RHD1
Type vaccin: Levend, gevriesdroogd vaccin met RHD vector
Vaccinatie-herhaling: 12 maanden
Biedt bescherming: na 3 weken
Minimum leeftijd: vanaf 5 weken, geen booster nodig
Houdbaarheid na aanprikken / oplossen: 4 uur
Geregistreerd in: Nederland

Leverancier: MSD Animal Health | Bijsluiter


Filavac KC+V


Biedt bescherming tegen: RHD1 en RHD2
Type vaccin: Geïnactiveerd, gevriesdroogd vaccin
Vaccinatie-herhaling: 12 maanden
Biedt bescherming:  na 7 dagen
Minimum leeftijd: vanaf 4 weken. Indien vaccinatie voor 10 weken heeft plaatsgevonden, dan 6 weken na vaccinatie booster nodig.
Houdbaarheid na aanprikken / oplossen: 2 uur
Geregistreerd in: Europa

Leverancier: Filavie | Bijsluiter


Eravac

entstof Eravac van Hipra
Biedt bescherming tegen: RHD2
Type vaccin: Geïnactiveerd, olie-emulsie
Vaccinatie-herhaling: 9 maanden
Biedt bescherming:  na 7 dagen
Minimum leeftijd: vanaf 4 weken. Indien vaccinatie voor 10 weken heeft plaatsgevonden, dan 6 weken na vaccinatie booster nodig.
Houdbaarheid na aanprikken / oplossen: direct gebruiken
Geregistreerd in: Europa

Leverancier: HIPRA | Bijsluiter


Lyomyxovax


Biedt bescherming tegen: Myxomatose
Type vaccin: Levend, gevriesdroogd vaccin
Vaccinatie-herhaling: 6 maanden
Biedt bescherming: na 7 dagen
Minimum leeftijd: vanaf 4 weken
Houdbaarheid na aanprikken / oplossen: 2 uur
Geregistreerd in: Nederland

Leverancier: boehringer-ingelheim | Bijsluiter


Rika-Vacc Duo


Biedt bescherming tegen: Myxomatose en RHD1
Type vaccin: Levend, gevriesdroogd vaccin
Vaccinatie-herhaling: 6 maanden (na 9 maanden nog 90% bescherming, na 12 maanden nog 80%)
Biedt bescherming: na 5 dagen tegen Myxomatose en na 10 dagen tegen RHD1
Minimum leeftijd: vanaf 6 weken, geen booster nodig
Houdbaarheid na aanprikken / oplossen: 2 uur
Geregistreerd in: Duitsland

Leverancier: Bioveta | Bijsluiter


Novarvilap


Biedt bescherming tegen: RHD2
Type vaccin: Geïnactiveerd, waterige suspensie
Vaccinatie-herhaling: 6 maanden
Biedt bescherming:  na 7 dagen
Minimum leeftijd: vanaf 8 – 10 weken
Houdbaarheid na aanprikken / oplossen:  8 uur
Geregistreerd in: Spanje

Leverancier: Ovejero Laboratories | Bijsluiter


Puzzelen

Het is dus soms even puzzelen om de juiste vaccinaties bij elkaar te krijgen. Een veel gebruikte combinatie is:

  • Nobivac (Myxomatose en RHD1) samen met Filavac KC+V (RHD1 en RHD2)
    Voordeel: beide entstoffen bieden 12 maanden bescherming
    Nadeel: Er wordt dubbelop gevaccineerd tegen RHD1
  • Nobivac (Myxomatose en RHD1) samen met Eravac (RHD2)
    Voordeel: Er wordt niet dubbelop gevaccineerd tegen een van de virussen
    Nadeel: Nobivac biedt 12 maanden bescherming, Eravac ‘maar’ 9 maanden

Infectiedruk

Bij de verschillende enstoffen staat de herhaling genoemd. Dit geeft aan hoe lang de entstof, volgens de fabrikant, bescherming biedt. Na die periode moet het konijn opnieuw gevaccineerd worden. Echter, vaak wordt het advies gegeven om bij infectiedruk de maximale duur niet af te wachten en eerder te vaccineren. We hebben het over infectiedruk als er in het gebied waar je woont veel uitbraken (van myxomatose of RHD) zijn.
De infectiedruk is ook hoger als je konijnen in een omgeving komen waar het risico op besmetting hoger is. Denk hierbij onder andere aan een opvang, pension, tentoonstelling of fokkerij. De vaccinatiegraad, het aantal gevaccineerde dieren, kan met zoveel dieren immers verschillen?

Konijnen op een tentoonstelling zijn gevaccineerd tegen RHD2. De fokker moet, bij inschrijven, kunnen aantonen dat de ingezonden konijnen gevaccineerd zijn tegen RHD2. Dat is een verplichting vanuit de overkoepelende bond KLN. Dat wil dus niet zeggen dat de fokker alle konijnen die niet mee zijn naar de tentoonstelling en dus nog thuis zitten, ook gevaccineerd zijn. Ook is er geen verplichting om te vaccineren tegen RHD1 en Myxomatose.

Wanneer vaccineren?

De meest geschikte tijd om tegen Myxomatose en RHD te vaccineren is het voorjaar (april, mei), aangezien het gevaar op besmetting via insecten in de zomer het grootst is.

Myxomatose

Inleiding

Het Myxomatose-virus is een myxoma, verwant aan het pokkenvirus, oorspronkelijk afkomstig uit Brazilië (Zuid-Amerika) en Californië (Noord-Amerika), waar het van nature voorkomt bij de inheemse konijnen. Doordat de lokale Braziliaanse konijnen, Tapeti en het Californische konijn gelijktijdig zijn geëvolueerd met het virus, leidde het virus zelden tot overlijden van het konijn, maar enkel tot milde ziekteverschijnselen.

Het virus wordt verspreid door een drager, zoals vliegende en stekende insecten (w.o.muggen) en konijnenvlooien, maar ook door (direct) contact tussen een besmet en een onbesmet konijn. Denk hierbij aan direct (neus aan neus) contact (vloeistof en inhalatie), maar ook via speeksel, urine en uitwerpselen.

Geschiedenis

In 1897 werd het virus voor het eerst ontdekt door Sanarelli uit Uruguay, doordat ingevoerde Europese konijnen allemaal overleden. Pas in 1942 ontdekte de Braziliaan Aragaona de veroorzaker van de ziekte: het myxomatose virus in het Braziliaanse konijn.

De Engelse bioloog Sir Charles Martin bedacht dat het virus gebruikt kan worden om Europese konijnen te bestrijden. Hij doet, samen met de konijnendeskundige Ronald Lockley, een experiment op het Engelse eiland Skokholm, echter zonder succes.

In 1937 wordt het myxomatose virus ‘vrijgelaten’ in Australië

De eerste experimenten in Australië verliepen ook niet erg succesvol. Het gebied waar het virus uitgezet was bleek te droog. Er waren te weinig stekende insecten en konijnenvlooien om het virus voldoende te verspreiden. In 1950, bij de introductie van het virus in een vochtiger gebied, miste het virus zijn effect niet. Binnen 2 jaar kromp de konijnenpopulatie binnen het gebied met bijna 90%. Het kleine aantal dat overbleef bouwde een resistentie op en zorgde dat de populatie uiteindelijk toch weer toenam.

In 1952 zet de Fransman Armand Delille, een arts, twee besmette konijnen uit in zijn ommuurde kasteeltuin in Dreux bij Parijs. Ook hier deed het virus zijn werk en doodde bijna 99% van de aanwezige konijnen. Helaas bleef het virus niet beperkt tot de kasteeltuin. Het virus verspreidde zich al snel naar gebieden buiten Parijs en tenslotte over de grenzen naar buurlanden en verder.

Nederland

In 1953 is het zover. Het myxomatose-virus wordt ook in Nederland aangetroffen. De boeren zitten er in eerste instantie niet zo mee, evenals de beheerders van de duinen. De jagers, de konijnenindustrie en aanverwante industrieën, waren echter op z’n zachtst gezegd “not amused”.

Medicatie

Het Nobivac vaccin geeft 12 maanden bescherming tegen myxomatose en RHD1

Er zijn geen medicijnen om myxomatose te genezen. In Europa werd het wel mogelijk om een konijn preventief te vaccineren met een gerelateerd virus (Shope fibroma). In eerste instantie moest deze vaccinatie tweemaal per jaar gegeven worden. In 2012 is Nobivac op de markt gekomen, welke bescherming biedt tegen myxomatose en RHD1 voor de duur van 1 jaar. Hiervoor wordt het, in Spanje ontwikkelde, genetisch aangepast myxomatose virus zelf gebruikt.

Voorkomen

Naast het tijdig en (half)jaarlijks vaccineren van je konijn kan je besmetting ook zoveel mogelijk zien te voorkomen. Besmetting vindt voornamelijk plaats door direct contact en door stekende insecten, zoals muggen, vliegen en vlooien. Deze dragers noemen we ook wel vectoren.

  • Probeer insecten te weren, bijvoorbeeld door het aanbrengen van horrengaas of een klamboe. Denk er wel om dat er voldoende lucht (voor zuurstof en afkoeling) het hok en/of de ren in kan komen.
  • Voorkom dat muggen eitjes in stilstaand water kunnen leggen. Laat geen bloempotten en andere bakken met regenwater staan. Denk aan dakgoten waar water in kan blijven staan. Dek regentonnen af en giet een scheutje plantaardige olie in de regenton zodat muggenlarven verdrinken.
  • Voorkom dat wilde konijnen en egels (vlooien!) in de tuin of bij je konijn kunnen komen.
  • Houd de verblijfplaats van het konijn schoon
  • Bij besmetting moet je het besmette dier gescheiden houden van eventuele andere konijnen. Denk ook een voer- en waterbakken, deze moet je dan zeker niet uitwisselen

Van sommige delen van Nederland, zoals Zeeland, is bekend dat er jaarlijks veel slachtoffers vallen ten gevolge van myxomatose.

Symptomen

De gezwollen ogenleden vol pus zijn een duidelijk symptoom van myxomatose

Een besmet konijn vertoont vaak een of meer van de volgende symptomen:

  • Verhoogde temperatuur (tot wel 42 °C)
  • Verdikkingen in de oren
  • Gezwollen oogleden (oedemen)
  • Opgezwollen geslachtsdelen en anus
  • Uitvloeiingen met pus
  • Lippen en neus vertonen korsten (niet verwarren met syfilis)
  • Opgezwollen neusslijmvlies (konijn kan niet meer door de neus ademen)
  • Het konijn is suf en reageert niet of nauwelijks
  • Uiteindelijk krijgt het konijn een longontsteking of raakt in coma

De incubatietijd (tijd tussen besmetting en eerste symptomen) bevindt zich tussen enkele dagen en 2 weken. De dood treedt meestal 1 à 2 weken in na de eerste symptomen.

Er komt ook wel een andere, mildere en minder voorkomende vorm van myxomatose voor. Hierbij vertoont de huid een klonterige zwarte plek. Na verloop van tijd (2 a 3 weken) kan de huid vanzelf afvallen, waardoor er een wond ontstaat. Soms is de wond al aan het helen. Afhankelijk van de soort wond en de locatie is het soms nodig om de wond te hechten of anderszins te behandelen.

Een wild konijn wordt erg kwetsbaar, omdat het zich sowieso al niet goed voelt, maar op een gegeven moment ook niets meer ziet. Indien ze niet weggekropen zijn in hun hol om daar het einde af te wachten, vallen ze vaak ten prooi aan andere dieren.
Als je een wild konijn met myxomatose ziet kun je, hoe zielig ook, het dier het beste maar laten zitten waar het zit. Hierdoor bouwt de rest van de wilde konijnen populatie een grotere weerstand en resistentie op.
Hazen worden niet ziek van het myxomatose virus, maar ze kunnen het wel dragen en dus verspreiden.

Behandelen

Afhankelijk van de vorm en de impact van de myxomatose kan het de moeite waard zijn om te behandelen, maar helaas is het vaak een aflopende zaak. Indien je er voor kiest om niet te euthanaseren denk dan aan het volgende:

  • Zet het konijn binnen, gescheiden van andere konijnen
  • Bescherm overige konijnen d.m.v. vaccinatie, mocht dat nog niet gedaan zijn
  • Houd het konijn warm
  • Zorg dat het konijn blijft eten, desnoods dwangvoeren
  • Zorg dat jet konijn voldoende vocht binnen krijgt. Desnoods geef je water in de bek m.b.v een spuitje zonder naald
  • Maak de ogen en de neus regelmatig schoon

Daarnaast zal het konijn de nodige medicatie van de dierenarts nodig hebben. Denk hierbij aan antibiotica, pijnstiller (NSAID) en een slijmoplossend middel. Het kan weken duren voordat het konijn er weer volledig doorheen is geholpen.

Gevaccineerd en toch ziek

Uit eigen ervaring kan ik vertellen dat een konijn, ondanks vaccinatie, alsnog ziek kan worden. Dit wordt ook bevestigd door de praktijkverhalen van eigenaren, liefhebbers, fokkers en kenners. Echter is de kans op overleven bij vaccinatie vele malen groter (>50%) dan bij een niet-gevaccineerd konijn. Mocht de myxomatose een longontsteking veroorzaken is de kans alsnog nihil, terwijl overige symptomen goed te genezen zijn bij een gevaccineerd konijn.

RHD

Inleiding

RHD is een zeer besmettelijk virus voor zowel wilde als gedomesticeerde (huisdier) Europese konijnen. Er zijn verschillende typen en er zijn diverse namen in omloop, waaronder

  • RHD – Rabbit Haemorrhagic Disease
  • RVHD – Rabbit Viral Haemorrhagic Disease
  • RCD – Rabbit Calicivirus Disease
  • RCV – Rabbit Calici Virus
  • VHS – Viraal Hemorrhagisch Syndroom
  • VHD – Viral Hemorrhagic Disease

Het virus is zeer besmettelijk met een ernstig ziekteverloop, welke bijna altijd fataal afloopt. De ziekte wordt veroorzaakt door een type Calicivirus, namelijk het Rabbit Haemorrhagic Disease Virus (RHDV). De ziekte korten we dus af met RHD en het virus met RHDV

Het virus wordt verspreid door besmette konijnen. Het virus bevindt zich in de urine, de ontlasting, het speeksel en het oogvocht van een besmet konijn en wordt op diverse manieren verspreid door direct en indirect contact.

Waar bij myxomatose vaak muggen en vlooien de vector (drager) zijn, is dat bij RHD nog veel breder. RHD heeft in principe geen drager nodig en overleeft ook zonder prima in de buitenlucht. Ook andere dieren kunnen het virus verspreiden, denk aan vogels (o.a. kraaien) en roofdieren (o.a. vossen). Maar ook de mens kan het virus eenvoudig meenemen aan schoenen of kleding. Daarnaast kan het virus ook zitten aan planten, dus ook in hooi en (geplukt) groenvoer. Uiteraard kunnen konijnen ook elkaar besmetten.

Het virus is enorm resistent en laat zich niet makkelijk uitroeien. Zo kan het virus een temperatuur van 60° Celsius en vorst overleven. Het virus kan 9 dagen overleven in een vlieg. Het kan maandenlang zonder gastheer en in het lichaam van een overleden konijn kan het nog veel langer in leven blijven. Het virus kan zich met een snelheid van zo’n 15 tot 60 KM per week verspreiden, waarbij open water geen probleem is via insecten en vogels. Onder ideale omstandigheden kan het RHD virus theoretisch ca. 8 maanden overleven. In praktijk wordt vaak 4 maanden aangehouden. Kortom, een taai virus.

Er zijn inmiddels 3 dodelijke stammen van het Calici virus:

  • RHD v1 – de originele variant (1995)
  • RHD v1a – de Koreaanse of K5 variant (2017)
  • RHD v2 – een gemuteerde versie (2010)

Alle varianten samen worden ook wel het ‘lagovirus‘ genoemd.

Geschiedenis RHD1

RHD werd voor het eerst ontdekt bij, uit Duitsland, geïmporteerde Angora konijnen

RHD is ‘ontstaan’ in de Volksrepubliek China, in de provincie Jiangsu, in de winter van 1983. De ziekte uitte zich bij, uit Duitsland, geïmporteerde Angorakonijnen. De ziekte zorgde voor veel dode konijnen die ouder waren dan 2 maanden. De oorzaak van de ziekte was echter nog niet direct bekend, waardoor deze onder verschillende namen beschreven werd, waarvan RHD nog steeds de meeste gebruikte is. Het duurde echter nog bijna een jaar voordat het virus geïsoleerd en getypeerd werd.

In 1986 werd het virus voor het eerst in Europa (Italië) gesignaleerd. Vanuit Italië verspreidde het zich over de rest van Europa. In 1990 waren België en Nederland aan de beurt. Het RHD virus maakte gigantisch veel slachtoffers. Zo zouden er in China in 1984 140 miljoen konijnen overleden zijn aan het RHD virus. In 10 jaar tijd (1984-2004) is de Nederlandse konijnenpopulatie met zo’n 70% afgenomen.

In 1991 werd een Tsjechische stam van het RHD virus geïmporteerd in Australië. Op het eiland Wardang wilde men de bruikbaarheid en veiligheid van het virus testen, met als doel de biologische bestrijding tegen de wilde konijnenpopulatie in Australië en Nieuw-Zeeland. De quarantaine op het eiland mislukte. Het virus beperkte zich niet tot het eiland en verspreidde zich in 1995 naar het vasteland van Australië. Daar zorgde het virus ervoor dat zo’n 10 miljoen konijnen binnen 8 weken de dood vonden.

Nieuw-Zeeland besloot in 1997 om het RHD virus niet te importeren en het dus niet in te zetten om de konijnenpopulatie te minimaliseren. Echter ind augustus werd echter bevestigd dat RHD opzettelijk en illegaal was geïntroduceerd in het Cromwell-gebied op het Zuidereiland.

Het heeft tot het jaar 2018 geduurd voordat een eerste melding van RHD uit Canada kwam. Het ging om een groep ontsnapte, gedomesticeerde konijnen die op Vancouver Island leefden.

In 2019 kwam de eerste melding uit de Verenigde Staten. Ook hier ging het niet om wilde konijnen, maar om gedomesticeerde konijnen. Het wilde konijn zoals wij dat kennen in Europa (Oryctolagus cuniculus) komt niet voor in Amerika. In het wild leven daar andere soorten (cottontails, jackrabbits en vulcano rabbits), zij zijn niet gevoelig voor het RHD virus.

Geschiedenis RHD2

In 2010 werd een nieuwe stam, een gemuteerde versie, van het RHD virus ontdekt. De beschikbare vaccins tegen RHD bleken onvoldoende bescherming te bieden. Ook jonge konijnen en hazen vielen ten prooi aan deze nieuwe variant, die men RHD type 2 (RHD2 of RHDv2) is gaan noemen. In 2015 werden de eerste gevallen van RHD2 in Nederland waargenomen.

Geschiedenis RHD1 K5

Fransisco Parra, een viroloog, verbonden aan de universiteit van Oviedo (Spanje), ontdekte in 2012 een nieuwe variant van het RHD virus. De ziekteverwekker, een nieuwe stam van K5 (RHD1), is zowel extreem dodelijk als zeer besmettelijk. In 2017 heeft Australië het virus uitgezet en begin 2018 heeft ook Nieuw-Zeeland die stap gezet.

Het nieuwe Zuid-Koreaanse RHDV1 K5-virus tast de organen aan en veroorzaakt koorts, krampen, klonteringen in het bloed en problemen met de ademhaling. Een konijn dat het oploopt, sterft binnen twee tot vier dagen.

De Iberische Lynx, indirect ook slachtoffer van het RHD virus

De radeloze boeren in Australië en Nieuw-Zeeland zijn blij zijn met de maatregelen die genomen worden. Zij hebben te maken met een schade van ca. 200 miljoen per jaar. In Zuid-Europa levert het virus echter ook andere problemen op. Door de massale sterfte onder wilde konijnen is er een schaarste ontstaan die invloed heeft op het behoud van bedreigde roofdiersoorten. Deze dieren, waaronder de Iberische lynx en de Iberische keizerlijke adelaar leven voor een groot deel leven van konijnen. Om deze reden is biologische oorlogsvoering tegen konijnen in Australië ook een serieuze zorg voor natuurbehoud in andere delen van de wereld.

Medicatie

Door de hoge mortaliteit en snelle verspreiding van RHD heeft het een enorme impact op de economie en ecologie. De noodzaak was dus aanwezig om de aard van het virus te typeren, zodat er maatregelen getroffen konden worden. In 1990 kon men zeker stellen dat het virus niet behoort tot het parvovirus (o.a. 5e ziekte bij mensen) en of picornavirus (w.o. verkoudheid en polio), waar men verbanden mee zag, maar tot het calicivirus (geslacht Lagovirus) [1].

Met deze kennis werd uit verder onderzoek ook bekend dat er nog veel meer, niet pathogene (niet-ziekmakende) varianten van RHD bestonden. Deze varianten (RCV – Rabbit CaliciVirus) zijn verder onderzocht of zij gebruikt konden worden voor de bescherming van wilde konijnen.

Door de verwoestende werking van RHD werd al snel een vaccin ontwikkeld met behulp van een geïnactiveerd virus uit de lever en de milt van geïnfecteerde konijnen. De eerste vaccins, zoals Cylap (Fort Dodge Animal Health) en Lapinject VHD (Ceva Animal Health Limited), werden al snel vervangen door een vaccin dat zowel bescherming biedt tegen RHD1 als myxomatose (Nobivac myxo-RHD).
RHD1 K5 een variant op RHDV1, waardoor de vaccins voor RHD1 ook bescherming biedt voor de K5 variant.

Jonge konijnen hebben bij de geboorte een immuniteit die ze via de placenta en de moedermelk meekrijgen. We noemen dat maternale immuniteit. Uit later onderzoek blijkt dat de ram, via zijn sperma, ook immuniteit mee kan geven. Deze passieve immuniteit duurt ongeveer 4 tweken en geldt voor RHD1, niet voor RHD2. Ondanks dat de jongen er zelf niet ziek van worden, kan het virus zich wel vermenigvuldigen en kunnen de jongen het virus wel verspreiden.

Voorkomen

RHD kan je niet voorkomen, maar je kan wel maatregelen nemen om de kans op RHD te verkleinen.

  • Allereerst is er vaccinatie. Preventieve bescherming is erg belangrijk. Let goed op dat de gekozen vaccinatie(s) bescherming biedt tegen alle varianten van RHD. Zie voor meer informatie ook de paragraaf over entstoffen.
  • Goede hygiëne. Zorg dat het hok en of de ren regelmatig schoon gemaakt worden. Denk ook aan de voer- en waterbakken, eventueel speelgoed en andere attributen.
  • Eigen hygiëne is belangrijk om verspreiding van het virus te beperken. Was uw handen extra goed met water en zeep vóór en na het voeren en verzorgen van uw konijn. Wandelt u in een risicogebied waar ook (veel) wilde konijnen voorkomen? Dan kunt u beter thuis schoenen wisselen en/of ontsmetten. Ga in ieder geval niet met dezelfde schoenen de eigen ren in.
  • Zorg dat er geen direct contact mogelijk is tussen wilde konijnen en je eigen konijn.
  • Let op met bezoek aan anderen met zieke dieren
  • Hooi kan ook van velden of uit landen komen waar RHD voorkomt. Hooi moet daarom goed gedroogd zijn en minimaal 1,5 maand geleden verwerkt zijn.
  • Pluk geen grassen en onkruiden in gebieden waar ook wilde konijnen komen. Denk ook aan groente uit een moestuin waarvan je weet dat het door wilde konijnen bezocht wordt. Grassen, (on)kruiden en groenten zijn echter wel van belang voor een konijn. Bewust plukken is mijns inziens dus beter dan helemaal vermijden.
  • Probeer insecten te weren, bijvoorbeeld door het aanbrengen van horrengaas of een klamboe. Denk er wel om dat er voldoende lucht (voor zuurstof en afkoeling) het hok en/of de ren in kan komen.
  • Berg voer en dergelijke op in afsluitbare tonnen, zodat muizen en ratten zoveel mogelijk geweerd worden.
  • Neem of koop geen nieuwe konijnen die niet gevaccineerd zijn. Denk hierbij ook aan de tijd die de entstof nodig heeft om voldoende bescherming te bieden. Zet nieuwe konijnen (ca 14 dagen) eerst in quarantaine indien dat mogelijk is.
  • Vermijd dierenwinkels waar niet-gevaccineerde konijnen verkocht worden.
  • Begraaf een aan RHD overleden konijnen niet, maar laat het cremeren of vernietigen. Dat klinkt heel hard en voor veel mensen zal het een zware beslissing zijn, maar het RHD virus kan makkelijk zo’n 3 maanden overleven onder de grond, waardoor het lichaam dus lange tijd een infectiebron blijft. Om het virus een halt toe te roepen is het dus beter om het konijn niet te begraven.
  • Neem geen (zieke) wilde konijnen mee naar huis!
  • Informeer jezelf een anderen over RHD. Hoe meer eigenaren goed geïnformeerd zijn, hoe beter het is. Het is net als met vaccinaties van mensen: een hogere vaccinatiegraad verkleint de kans!
  • U kunt bij (per)acute sterfte pathologisch onderzoek laten doen, om zodoende de oorzaak vast te stellen.
  • Indien uw konijnen niet gevaccineerd zijn en u heeft het vermoeden dat RHD de oorzaak van sterfte is, kunt a alsnog overwegen een zogenaamde ‘noodvaccinatie’ te laten zetten. Uw konijnkundig dierenarts kan u hierover meer vertellen.
  • Treft u dode wilde konijnen aan? Meldt deze dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) via hun website.

Symptomen RHD

RHD verspreid zich zeer snel en heeft een hele korte incubatietijd van 3 tot 4 dagen. Het tast diverse organen in het konijnenlichaam aan, waaronder de lever, de milt, de nieren en de longen waar het bloedingen veroorzaakt. Het pathologische beeld van de
lever is een lichte kleur met een gemarmerde tekening. De milt is vergroot en de longen en de longen vertonen veel kleine rode haardjes, die ontstaan zijn door kleine bloedpropjes.
Het konijn overlijdt aan het samenklonteren van bloed in de bloedvaten of aan het falen van de lever.

Klassiek beeld van de acute vorm van RHD, hoofd achterover in de nek en bloed uit de neus en genitale delen.

Er zijn drie manieren waarop het RHD virus zich manifesteert:

  1. Peracuut | Een zeer ernstige vorm en van zeer korte duur, over het algemeen snel fataal: de peracute vorm resulteert in een plotselinge dood. Deze vorm komt het meest voor en is voor sommige eigenaren ook herkenbaar. Ook op social media wordt deze vorm vaak beschreven aan de hand van het voorbeeld waarbij het konijn nog helemaal in orde was, nog normaal gegeten had en ‘ineens’ dood lag. Soms gaf het konijn nog een luide schreeuw, maar net zo vaak was het plotseling over.

  2. Acuut | Deze konijnen tonen een slome, inactieve tot wel lethargische houding. Het konijn heeft koorts (meer dan 40°C) en een verhoogde snelheid met ademhalen. In de meeste gevallen overlijdt het konijn binnen 12 uur. Vlak voor overlijden neem je soms een bloedigere (schuimachtige) substantie uit de neus en/of de vagina, stuiptrekkingen door verstoppingen in de bloedvaten of andere neurologische symptomen (tremoren) waar.
    Het meest klassieke beeld is een konijn met het hoofd achterover in de nek liggend waarbij er bloed uit de neus komt, maar dat beeld is niet altijd zo te bij deze vorm.
    Heel af en toe overleeft een konijn deze vorm en krijgt binnen een paar dagen geelzucht en overlijdt dan alsnog. Het enkele konijn dat ook dit overleefd zal voor de rest van zijn/haar leven een beschadiging aan de lever overhouden.

  3. Subacuut | Een milde vorm waarbij de ziekte niet ernstig genoeg is om duidelijke en waarneembare symptomen te vertonen. Konijnen die deze vorm hebben en overleven, zijn immuun voor deze vorm van RHD. Het is echter lastig om deze vorm ook daadwerkelijk vast te stellen. Er kan door een dierenarts niet eenvoudig de diagnose RHD vastgesteld worden, voornamelijk door het ontbreken van duidelijke symptomen.

Symptomen RHD2

RHD2 lijkt in vele opzichten op RHD1, maar het duurt wel wat langer voordat symptomen zichtbaar worden. De incubatietijd is 3 tot 9 dagen. De subacute vorm komt bij RHD2 meer voor dan bij RHD1, waardoor meer konijnen het virus overleven. Vanaf 2017 wordt echter gemeld dat RHD2 virulenter geworden is. Dit houdt simpel gezegd in dat er inmiddels meer konijnen overlijden aan RHD2 dan daarvoor.
Er is geen sprake van maternale bescherming voor jonge konijnen via placenta en moedermelk, zoals dat wel het geval is bij RHD1.

Immuniteit

Omdat RHD virus in staat is om te veranderen zijn er inmiddels ook verschillende varianten van het virus. Een konijn hoeft niet perse ziek te worden van deze mutaties, maar ze kunnen er wel voor zorgen dat er anti-stoffen aangemaakt worden. Hierdoor kunnen konijnen immuniteit opbouwen. Ook tegen RHD1 en RHD2.

Behandelen

Er bestaat geen geneesmiddel voor een konijn met RHD. Het enige dat je dan kunt doen met een besmet konijn is symptoombehandeling. Zorg dat het konijn warm gehouden wordt. Je kunt het ook vitaminen geven. Daarnaast kan een dierenarts vocht inbrengen (infuus), antibiotica toedienen en pijnstillers geven. Uit de praktijk blijkt dat bijna alle gevallen toch fataal aflopen.
Let in ieder geval goed op met infectieoverdracht met een besmet konijn.

Ontsmetten

Mocht het gebeuren dat een konijn overlijdt aan de gevolgen van RHD is het wijs om daarna ook actie te ondernemen.

Virkon S is een heel goed middel om te desinfecteren en te reinigen. Verkrijgbaar in diverse verpakkingseenheden.
  • Begraaf het konijn (infectiebron) niet in de tuin, maar laat het cremeren of vernietigen
  • Maak hokken goed schoon. Na het zorgvuldig leeghalen en afvoeren van de besmette bodembedekking (stro, zaagsel, hooi, etc) kan je het hok goed uitboenen met een krachtig schoonmaakmiddel.
  • Gebruik een verfbrander om de naden en kieren van een houten hok uit te branden. Het RHD virus wordt gedood bij temperaturen hoger dan 60°C
  • Schoonmaakmiddelen als chloor, bleek en Dettol zijn niet afdoende. Gebruik een effectief middel zoals Virkon S of Anigene HLD4V. Beiden bestrijden bewezen het myxomatosevirus, beide RHD virussen en EC sporen, naast allerlei andere bacteriën en schimmels. Je kunt het ook gebruiken in een sprayflacon of een ontsmettingsbak om bijvoorbeeld schoenzolen te desinfecteren.

Gevaccineerd en toch ziek

Geen enkel vaccin kan 100% garantie bieden, dus ook vaccinaties tegen RHD niet. Een virus type (stam) kan immers veranderen. Daarnaast kan men ook niet garanderen dat elk konijn op eenzelfde manier reageert op het vaccin en de juiste (hoeveelheid) antistoffen aanmaakt. De kans dat een gevaccineerd konijn toch besmet raakt en ziek wordt is echter wel vele malen kleiner dan een niet-gevaccineerd konijn. Met de wetenschap dat er geen behandeling en/of geneesmiddel bestaat voor een konijn dat eenmaal ziek is, is preventieve bescherming de enige manier om überhaupt bescherming te bieden.


[1] Het Lagovirus en het European Brown Hare Syndrome Virus (EBHSV) behoren beiden tot het calicivirus. Ze veroorzaken gelijksoortige symptomen, RHD bij konijnen en EBHS (hazenpest) bij hazen.

Dierenarts

Kosten

Vaccineren mag in Nederland alleen gedaan worden door een dierenarts. Het valt onder de status UDD: uitsluitend door dierenarts toe te passen. Dat betekent dus dat je met je konijn een dierenarts moet bezoeken of je laat een dierenarts bij jouw thuis komen.

Er zitten uiteraard ook kosten verbonden aan het vaccineren. Prijzen wisselen hier en daar, maar je moet toch wel rekenen op ca €45,- per konijn voor een volledige enting (dus bescherming tegen Myxomatose, RHD1 en RHD2).
Er zijn echter ook opties die soms aantrekkelijk kunnen zijn. Zo worden er door opvangcentra, asiels of kinderboerderijen soms zogenaamde “entdagen” georganiseerd. Door vaccinaties te bundelen kan er goedkoper ingekocht en dus gevaccineerd worden. Vaak worden deze dagen via social media en websites aangekondigd.

Fokkers

Fokkers van raskonijnen die mee willen doen aan een tentoonstelling zijn, sinds 2016, verplicht om deelnemende konijnen te laten vaccineren tegen RHD2. Hoe doen zij dat dan zonder honderden euro’s kwijt te zijn voor hun konijnen?
Zij zijn lid van een zogenaamde kleindiervereniging. Deze verenigingen organiseren ook vaak een (half)jaarlijkse entdag voor hun leden. Voor een paar euro per konijn worden ze dan gevaccineerd.
Als liefhebber is het soms mogelijk om lid te worden van een plaatselijke kleindiervereniging en op die manier te profiteren van de lage prijs. Let wel. Niet elke kleindiervereniging zit te wachten op dergelijke leden, soms is alleen vaccineren tegen (de verplichte) RHD2 mogelijk en je konijn krijgt over het algemeen niet eerst een gezondheidscontrole.
Hier vind je een overzicht van alle geregistreerde kleindier verenigingen per provincie in Nederland.

Hoe kunnen de kosten dan zo verschillend zijn voor een kleindiervereniging en een particulier die bij een dierenartspraktijk laat vaccineren?

Daar zijn verschillende redenen voor. Een kleindiervereniging maakt vaak van tevoren afspraken met een dierenarts. Soms zijn dat dierenartsen die gepensioneerd zijn of die zelf ook konijnen fokken, maar vaak is het voor hen een “bekende” dierenarts. Zo’n dierenarts weet ook wel dat een fokker nooit €45,- per konijn kan en zal betalen voor vaccinaties.

De overkoepelende bond KLN (Kleindier Liefhebbers Nederland) hebben landelijk afspraken met een aantal dierenartsen gemaakt. De dierenartsen die meewerken hoeven geen uitgebreide gezondheidscontrole uit te voeren, wat in tijd scheelt. Daarnaast is het aantal konijnen groot, omdat alle fokkers binnen de vereniging op dezelfde dag bezocht worden.

Entstoffen kunnen vaak in diverse doses aangeschaft worden. Een ampul met 1 dosis is verhoudingsgewijs veel duurder dan een flesje met 50 doses.
Dat verklaart meteen waarom je meer betaalt bij een bezoek aan de dierenartspraktijk. Na aanprikken moet de entstof binnen enkele uren gebruikt worden.

Dierenarts

Een dierenarts is in Nederland een zelfstandig ondernemer. Hij/zij heeft de verantwoording over de praktijk en de mensen die daar werken. Dat betekent dat een dierenarts, na een 6 jaar durende wetenschappelijke studie, ook moet investeren in een gebouw, salarissen moet betalen, investeren in apparatuur en kennis moet onderhouden en uitbreiden. Deze kosten zullen op de een of andere manier toch verdiend moeten worden.

Vaccinatieboekje

Als het konijn gevaccineerd is let er dan op dat je een vaccinatieboekje of -kaart vraagt. Hierin schrijft de dierenarts welke entstof er gebruikt is en wanneer er herhaald moet worden.

Hierboven zie je een correct ingevuld vaccinatieboekje. Dit konijn is volledig gevacccineerd met Nobivac (Myxomatose en RHD1) en Eravac (RHD2). Je ziet dat de bolletjes bij nummer 1 t/m 3 zijn aangevinkt. Deze nummers corresponderen met de nummers en de beschrijving onderaan de bladzijde.

Vaccinatiefouten

Soms maakt een dierenarts een fout, zoals te zien is in de twee voorbeelden hieronder.

De dierenarts heeft de nummers 1, 2 en 3 aangevinkt. Het konijn is echter alleen met Nobivac gevaccineerd en mist dus de enting tegen RHD2. De eigenaar had echter specifiek gevraagd om een volledige vaccinatie en is nu verkeerd geïnformeerd.
De dierenarts heeft twee keer met dezelfde entstof (Nobivac) gevaccineerd.Dit konijn is dus niet beschermd tegen RHD2, terwijl de eigenaar denkt dat het konijn met 2 vaccinaties volledig gevaccineerd is.